In deel 2 van dit bericht over ‘Bijzondere Krozen’ gaat het over Krozen in Nederland. In deel 1 werd duidelijk dat er meerdere aanwijzingen zijn voor het sterke vermoeden dat het Land van Maas en Waal  de Nederlandse bakermat is voor de Kroos. Deze vrucht die het midden houdt van een pruim en een kers en ook wel kerspruim wordt genoemd staat internationaal bekend als de Myrobolan. In het julinummer van Landleven staat de Krozenboomgaard van Thijs Banken uit Boven-Leeuwen (gelegen tussen Druten en Wamel) centraal. Zijn boomgaard is nu de genenbank voor een nieuwe generatie Krozenbomen, aldus Landleven.

Wijlen Hendrik ten Elsen uit Neede entte al zijn pruimenbomen op Myrobolan onderstammen. In 2003 en 2004 entte Hendrik op verzoek de nodige griffels van zeer oude Eldense Blauwe bomen uit (oud) Elden. Daarmee wilden we het genetisch materiaal veilig stellen. De reden dat Hendrik Myrobolan als onderstam gebruikte was eenvoudig: de Myrobolan is een zeer gezonde boom, weinig vatbaar voor ziekten. In de zomer van 2008 overleed Hendrik plotseling. In dat voorjaar had hij nog voor mij een aantal Eldense Blauwe geënt die ik thuis uitpootte. Een aantal griffels liep niet uit en ik liet de onderstammen doorgroeien. Het resultaat deed mij versteld staan: zelden zo veel kleuren en vormen ‘pruimen’ gezien. Van kersenrood, tot bleekgeel, tot bijna zwart, tot blauw violet. Maar ook geel, oranje en oranjegeel. Geen wonder want het waren Myrobolan zaailingen.

Naderhand verdiepte ik mij in onderstammen. Want alle experimenten bij huis wezen erop dat de gebruikte onderstam voor de Eldense Blauwe pruim bepaalde hoe de smaak werd. Bij wijlen Gerrit Stienissen uit Huissen hoorde ik van de Gele Kroos als onderstam die hij gebruikte, naast de Varkenspruim. Ook de hoogbejaarde heer Mauritz uit Kesteren deed zijn verhaal, over de jaren dertig waarin hij per fiets door de Over-Betuwe fietste richting Huissen, om onderstammen te steken van de Varkenspruim. Pas na de oorlog, tweede helft jaren veertig, ging zijn vader onderstammen uit Groningen betrekken: de Myrobolan. Ook heden ten dage komen veel Myrobolan onderstammen uit Groningen vandaan, met name bij firma Kloosterhuis. Tijdens mijn bezoek in 2007 keek ik mijn ogen uit: velden zo ver het oog reikte, vol met onderstammen. De onderstamkwekerijen in Groningen zijn daar gevestigd vanaf 1880. De reden om toentertijd langs de kust onderstammen te gaan kweken, heeft mogelijk te maken met de zeewind. Luizen die een plaag kunnen vormen voor jonge hartblaadjes in pruimenboompjes, houden niet van de koude en ziltige zeewind.

Een andere Groninger, de heer Henk Woldring, die onderzoek doet naar de inhoud van beerputten die gebruikt zijn in de periode tussen 1400 en 1900, en gespecialiseerd in de stenen van pruimen, vertelde me dat hij moeite had met de soort Kroos. Het zou gaan om een heel oude soort maar in de beerputten werden geen stenen gevonden die zouden duiden op een Kroos. Wel werden bijvoorbeeld de stenen van Varkenspruimen gevonden, een bewijs dat deze veelvuldig gegeten werd in Nederland in vroegere eeuwen. Wellicht dat de benaming tot de onduidelijkheid heeft gezorgd. Want de Myrobolan is een zeer oude variant die gerekend moet worden tot de kerspruimen. De meeste Nederlandse onderstamleveranciers betrekken deze vanuit Hongarije en omliggende landen. Daar groeien Myrobolannen met duizenden tegelijk. De genetische variëteit is enorm. Wie wil, kan zo duizend verschillende exemplaren bestellen, voor enkele dubbeltjes per stuk.

Dit gegeven maakt dat het artikel in Landleven een iets andere lading krijgt. We hoeven ons echt geen zorgen te maken over het uitsterven van de Myrobolan, en praten over de aanleg van een genenbank in Nederland is wellicht een tikje overdreven. Wel is het zeer waardevol om de Krozenboomgaard in Boven-Leeuwen te koesteren. Deze boomgaard vertelt immers het verhaal van het Land van Maas en Waal. Resteert nog de vraag waarom juist in het Land van Maas en Waal zoveel Krozen voorkwamen. Voor mij is dat de meest essentiële vraag omtrent Krozen.

Een verklaring zou de omschakeling van tabak naar fruitteelt kunnen zijn. Maar dat zou nader onderzocht moeten worden. Hoewel vanaf begin 1600 de tabaksteelt zich in Nederland vanuit Zeeland uitrolde, en ook het Land van Maas en Waal bereikte, hield de tabaksteelt het daar niet zo lang vol als in de rest van de Nederlandse tabaksgebieden. Mogelijk was de klei aan de zware kant, of ontbrak het aan voldoende areaal zavelige grond. Het gegeven dat in 1918 in het Land van Maas en Waal appels veruit favoriet waren, op de voet gevolgd door peren is een aanduiding dat deze streek qua grondsoort minder geschikt is voor pruimen. De pruimen die er populair waren, zijn – naast de Krozen (kerspruimen) – de Varkenspruim, de Enkele Boerenwitte en de oude Franse Catharinapruim. Het kan geen toeval zijn dat juist deze pruimen bekend staan als soorten die veel gebruikt zijn, met name rond 1900, als onderstam. Het is niet ondenkbaar dat in de 18e, 19e eeuw de ontwikkeling van deze pruimen juist in het Land van Maas en Waal een vlucht nam omdat de teelt van tabak teleurstelde. Toen eind 19e eeuw veel nieuwe soorten pruimen gekweekt werden, in met name Engeland, Amerika en in mindere mate Frankrijk, ontstond er een grote behoefte aan onderstammen. Zeker nadat rond 1860 de Nederlandse tabaksteelt instortte als gevolg van ziekten en concurrentie uit buitenland. De tabaksboeren schakelden massaal over op nieuwe, moderne pruimenrassen. En de onderstammen, die haalde men in het Land van Maas en Waal, in de vorm van opslag van de daar populaire soorten. Het zou maar zo kunnen!

Voor Thijs is de herintroductie van de Kroos erg belangrijk. Hij heeft meerdere Krozen staan en als gevolg van natuurlijke kruisbestuiving ontstaan er nieuwe variëteiten. In Landleven: ‘Voor mij is een kruising pas de moeite waard als de vruchten de concurrentie aankunnen met een pruim. Hoewel de Kroos echt een andere vrucht is, gaan mensen hem daar toch mee vergelijken en ik wil dat ze mijn krozen dan het lekkerst vinden.” Kwekerij ‘De Batterijen’ in Ochten heeft inmiddels het patent op enkele door Thijs ontwikkelde variëteiten Krozen. Voor het patent moet ‘De Batterijen’ flink in de buidel tasten. Daar staat tegenover dat Krozen zeer makkelijk vegetatief te vermeerderen zijn en van nature erg gezond. Met een goede reclame kunnen er heel wat Krozen over de toonbank gaan. Dat is waar ‘De Batterijen’ mee rekent. Ik ben benieuwd of de Hongaren straks ook met Krozenbomen komen. Niet als onderstam, maar als vruchtboom!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *