Recentelijk was in de krant te lezen dat loopkevers en nachtvlinders massaal het loodje leggen. Dit blijkt uit een studie die de afgelopen 22 jaar op 2 plaatsen in Nederland werd uitgevoerd. Ook een Duits langlopend onderzoek over 27 jaar leidde tot de conclusie dat het merendeel van de insecten, 76%, is verdwenen. Deze afname is mogelijk het gevolg van het gebruik van fosfaten, stikstof en bestrijdingsmiddelen in de landbouw, zo schrijft de krant.

Het woordje ‘mogelijk’ laat de reële mogelijkheid open dat er ook andere – doorslaggevende – oorzaken kunnen zijn. Rond 1850 was het al even onrustig. Werden al die fruitbomen nu ziek door de gangbare vermeerderingsmethode, het enten? Waardoor alle ziekten van de moederboom werden meegegeven aan de nieuwe boom? Of werden al die fruitbomen nu ziek door een slechte standplaats, een slechte verzorging en een slechte ‘hygiëne’? Professor Sprenger, de grote naam in de Nederlandse tuinbouwsector, was ervan overtuigd dat àlle bomen ziek werden bij een slechte standplaats, verzorging en hygiëne. Zijn sterkste argument: ook de zogenaamd ‘sterke’ bomen die uit pit worden gekweekt, worden onder slechte omstandigheden ziek. Sprenger schrijft er tussen 1900 en 1920 hoofdstukken over vol. Mede door zijn publicaties is de tuinbouwsector in Nederland zich gaan focussen op het bestrijden van ziekte verspreidende insecten.

Van loopkevers hebben we in Nederland zo’n kleine 400 verschillende soorten. De meesten zijn ’s nachts actief en doen zich dan tegoed aan allerhande insecten die op of in de bodem leven. Ook insecten die schadelijk kunnen zijn voor door de mens aangeplante gewassen. De loopkever haalt verder zijn neus niet op voor een slakje, een worm en allerlei ander klein spul dat zich in of op de bodem bevindt. Nachtvlinders kennen nog meer variatie. Ruim 900 soorten in Nederland, met de meest fantastische namen zoals: ‘heidepistoolmot’ en ‘witte tijger’. In natuurgebied ‘De Kaaistoep’ (Noord-Brabant) nam het aantal nachtvlinders met iets meer dan de helft af in 22 jaar. Het aantal loopkevers nam met bijna 3/4 af in natuurgebied Wijster (Drenthe).

Onder andere op de site van de vereniging tot behoud van natuurmonumenten, kortweg Natuurmonumenten, staat meer informatie. De parallel wordt getrokken met andere onderzoeken, zoals het onderzoek naar het voorkomen van 47 vlindersoorten. Daarvan neemt de helft – dat zullen 23 soorten zijn – sinds 1992 af. Op de site van NM staat dat de oorzaken voor de insectenafname door de onderzoekers gezocht worden in het gebruik van fosfaat, stikstof en bestrijdingsmiddelen, maar ook in de versnippering van natuurlijke leefgebieden. Op de pagina van NM wordt tevens een onderzoek naar de afname van kokerjuffers aangehaald, bij natuurgebied Kaaistoep. Daar is een afname met 62% gemeten over een periode van 10 jaar tijd.

Kokerjuffers brengen een deel van hun leven door in het water. Sommige soorten doen dat in het stromende water van de grote rivieren. Sinds 2009 loopt een Europees programma dat alle lidstaten verplicht om maatregelen te treffen, met als doel het ophogen van het aantal soorten dat karakteristiek is voor de grote (Europese) rivieren. Daarbij geldt: hoe meer exemplaren van een bepaalde karakteristieke soort, hoe beter. Deze karakteristieke soorten houden van schoon en stromend water. Uit onderzoek van onder andere onderzoeker Alexander Klink is gebleken dat licht maar vooral structuur onder water erg belangrijk is. Uit proeven is gebleken dat met het plaatsen van bomen onder water, binnen een jaar soorten macrofauna kunnen worden waargenomen die soms meer dan 100 jaar niet zijn waargenomen in onze Nederlandse rivieren. En dat terwijl onze rivieren – die in de jaren 70 bekend stonden als de riolen van Europa – met het uitbannen van fosfaten in de wasmiddelen in de jaren 80 (en de invoering van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren en de bouw van zuiveringsinstallaties in dezelfde jaren) sinds de jaren 90 glashelder zijn. Je zou denken dat met het vrijwel geheel uitbannen van alle chemische lozingen en alle fosfaathoudende wasmiddelen, al die bijzondere soorten wel terug zouden keren. Maar nee. Voor de grote rivieren is de verwijdering van hout uit de rivier van desastreuze invloed geweest op het voorkomen van macrofaunasoorten. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat onze karakteristieke soorten in de grote rivieren qua aantallen ernstig verdrongen worden door invasieve exoten. Deze zijn het Rijnsysteem gaan domineren nadat mensen in de jaren 60 zijn begonnen met realisatie van het kanaal dat het Donausysteem aan het Rijnsysteem (Main) koppelt. In 1992 werd dit kanaal volledig opengesteld.

Het feit dat sinds de jaren 70 / 80 het gebruik van – voor mens en milieu – zeer schadelijke bestrijdingsmiddelen fors is teruggedrongen, met name door strenge regelgeving vanuit de overheid, doet de vraag ontstaan hoe het komt dat juist in de afgelopen 2 decennia het aantal insecten zo dramatisch afneemt. Nota bene in natuurgebieden. Is het zo eenvoudig dat het ligt aan het gebruik van stikstof, fosfaat en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw? Het antwoord zal nog wel even op zich laten wachten. Voor onze nachtbrakers: de loopkevers en de nachtvlinders blijven het donkere tijden.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *