Mooie verhalen, sterke verhalen, ontroerende verhalen

Op een dorpsplein komen de mensen bijeen. Ze vertellen elkaar verhalen. Elke dag zijn er weer nieuwe verhalen. Heeft u ook een verhaal over Eldense Blauwe pruimen? Mail het ons en lees uw eigen verhaal terug op deze website!

De heer Jos van Hees vertelt:

In augustus 1958 aan de vooravond van de komst van onze eerste zoon Christoffel hadden wij de toekomstige grootvader Wim Loeffen op bezoek, die zijn dochter Truus wilde verwennen met pruimen.
Als rechtgeaarde Geldersman uit het land van Maas en Waal moest het wel het beste van het beste zijn en Loeffen liep dan ook de hele binnenstad van Dordrecht af op zoek naar Eldense Blauwe.
De goede man heeft alle groenen- en fruitzaken van de Merwedestad gehad, tot hij uiteindelijk slaagde bij de comestibleszaak Van Donkelaar aan de Singel.
Moeder en zoon maken het nog steeds voorspoedig. Opa wellicht ook maar dan in de hemel.

 

Opa Loeffen uit Beneden-Leeuwen op zoek naar Eldense Blauwen in Dordt

 

 

Henk van Rheede vertelt:

Over Hendrik ten Elsen

Het is rond februari 2002. Met mijn vriendin Kittie toog ik naar Enschede. Ik had van haar een abonnement gekregen van het blad Landleven. Daar stond in dat erin Enschede een entdag was. Hoewel ik was opgegroeid temidden van het fruit, had ik geen idee wat er te koop was op het gebied van fruitkennis. Er waren tal van deskundigen. In enten was ik niet zozeer geïnteresseerd. Ik wilde weten of iemand de Eldense Blauwe pruim ook kende. De pruim bleek een grote onbekende. Behalve bij één man: Hendrik ten Elsen. Hij kende de pruim wel. Bij hem in de streek werd de pruim ook wel Roggepruim genoemd. Omdat de rijptijd van de pruim ongeveer overeenkwam met de oogsttijd van de Rogge. Een klein pruimpje, niet onaardig, wist hij. Het typische aan Hendrik was dat het leek alsof hij alle tijd had. Hij had geen haast. Hij ging zelfs in op mijn verhaal dat de Eldense Blauwe van nu zo veel anders leek dan de Eldense Blauwe pruimen die ik van vroeger uit kende. En waarvan ik nog bomen in het boomgaardje achter het huis had staan. Hij sloot niet uit dat het een andere soort was, of een kruising! Voor mijn gevoel is Hendrik daarmee degene geweest die als eerste het morele, doorslaggevende zetje gaf richting verder onderzoek.

Het contact bleef tot voorjaar 2008. Hendrik entte begin april met een achteloos gemak al pratende met een fruitliefhebber op zijn erf, de 50 griffels op de 50 onderstammen die ik had meegebracht. De onderstammen, zo dik als een potloodje, had ik gekocht als Brompton zaailingen. Hendrik maakte zijn entklus af en nam afscheid van de bezoeker. Daarna liet hij me trots de nieuwe loods zien en wees en passant op een steenuiltje in een oude appelboom. Daarop zei hij: ‘Ik kan het mis hebben. Maar volgens mij is dit de Myrobolan onderstam.” Ik kon het me niet voorstellen.

De geënte onderstammen heb ik achter de deel uitgepoot. Twaalf exemplaren sloegen aan. De resterende plantte ik in een rij wat verder van huis af. Ik liet ze groot uitgroeien. Want ik wilde toch wel weten wat hier voor pruimen aan kwamen. Overwegend gele wat zou duiden op de Myrobolanzaailing? Of overwegend blauwe? Dit zou duiden op de Brompton zaailing. Eigenlijk was het al te zien aan het blad. Het was spitsig, klein. De twijgen waren vol doorns. Dit moest een Myrobolan zijn. Toen de vruchten kwamen, telde ik 6 verschillende kleuren. Overwegend geel. Maar ook oranje, rood, dieprood, paars en violet. De vorm varieerde ook. Van rond, tot hartvormig, tot ovaal als een kwets. Hoewel de verschijningsvorm van de vruchten zeer divers was, was één ding wel duidelijk: Hendrik had gelijk gehad.

Hendrik overleed plotseling op 8 juli van dat jaar. Een paar weken voordat de Eldense Blauwe rijp waren.

 

Over Hein Reusken

Elden staat tegenwoordig te boek als een voormalig klein dorpje, ingelijfd door Reus Arnhem. Omdat Arnhem behoefte had aan stadsuitbreiding is het Eldense buitengebied omgevormd tot een wirwar aan Vinexwijken die tezamen het grootste deel van Arnhem Zuid vormen. Maar in Arnhem Zuid wonen tegenwoordig nagenoeg net zo veel mensen als in Arnhem Noord. Dus mag je concluderen dat Elden met buitengebied best uitgestrekt was.

In dit uitgestrekte buitengebied dat liep van Huissen, tot Elst, tot Driel, tot Rijn - liep de stokoude Mooieweg. Boerderijen en landerijen gaven hier het landschap kleur. Parallel aan de Mooieweg de zo mogelijk nog oudere bandijk tussen Elden en Huissen. Officieel Huissensedijk geheten. Maar in Huissen logischerwijs Eldensedijk genoemd. Hein Reusken (1938) woonde zowel aan de Huissensedijk als aan de Mooieweg. Lange tijd was hij de eenzame promoter van de Eldense Blauwe. Want had Hein niet van zijn eigen vader gehoord hoe buurman Geurtsen in 1904 de blauwe pruimen van eigen erf had geveild bij de net opgerichte Veiling Vereniging Over-Betuwe? Maar de keurmeester kende de pruimen niet. Dus veilingdirecteur Vink besliste dat de pruim Eldense Blauwe ging heten. Want het waren blauwe pruimen uit Elden. Heins opa was vanaf 1906 trotse eigenaar van deze waardevolle pruimen. In dat jaar kocht hij de hofstede van de voormalige 'rentmeester' van het Gasthuis dat eigenaar was van boerderij De Brinkenhof. Hier was Heins opa boeren knecht. De rentmeester had ooit zijn hofstede naast De Brinkenhof laten bouwen. Rondom de hofstede stond een hele rij Eldense Blauwe pruimen. Omdat hij oud werd, zocht de rentmeester een nieuwe eigenaar voor zijn huis. Heins opa mocht met hem zaken doen. Na de geslaagde overdracht vertelde de rentmeester aan Heins opa: 'Let op die blauwe pruimen. Die zijn goud waard!' In het eerste oogstjaar liep Heins opa zo vaak hij kon met de kruiwagen over de schipbrug naar de Arnhemse Korenmarkt. Hier ventte hij zijn blauwe pruimen uit. In het eerste jaar verdiende hij met de blauwe pruimen zoveel geld dat hij de helft van zijn hypotheek kon aflossen!

Hein was jarenlang schrijver van verhalen over historisch Elden, voor de dorpskrant, het blad van de Dorpsvereniging Elden. In die hoedanigheid interviewde hij tal van mensen. Zo ook een nazaat van fruitteler Geurtsen. Deze mevrouw, Cornelia Geurtsen, een kleindochter van de oude Geurtsen, was ver in de tachtig. Ze was herstellende van een operatie toen ze Hein haar interview gaf. Toen vertelde ze haar verhaal over haar opa die als eerste Eldense Blauwe pruimen veilde. Maar ook hoe haar opa in 1895 de kwekerij had gekocht en had aangetroffen. Een kwekerij vol met blauwe pruimen.

Dankzij Hein is het raadsel van de Eldense Blauwe niet verloren gegaan. Hij heeft het laatste twijgje met informatie gegrepen en zorgvuldig bewaard. Dankzij Hein kreeg ik toegang tot deze belangrijke informatie en kwam ik terecht op tal van plekken waar nog oude Eldense Blauwe bomen stonden. Daar knipten we het eerste enthout voor het Eldense Blauwe experiment. Het grote doel van Hein was om het genetisch materiaal van deze oude bomen veilig te stellen. Inmiddels zijn alle oude bomen vegetatief vermeerderd. Heins eerste grote doel is behaald.

Hoe mijn pad dat van Hein kruiste, en wanneer precies, weet ik niet goed meer. In november 2000 plantte ik achter het huis de Early Prolifics. Die gaven in de zomer van 2001 voor het eerst vrucht. Ze vielen tegen. In februari 2002 ontmoette ik Hendrik ten Elsen op de entdagen. Vanaf december 2002 verzamelden Hein en ik het eerste enthout van oude bomen. In april 2003 ging Hendrik ten Elsen voor ons voor het eerst enten. Het moet in deze periode geweest zijn dat Hein mij besmette met het Eldense Blauwe virus.

 

Over Cornelia Bosch - Geurtsen

Toen Hein deze mevrouw (geboren in Elden 1910/1915) interviewde, rond de millenniumwissel, was zij bijna 90 jaren oud. Ze verbleef in een bejaardencentrum in Bennekom en was bedlegerig. Hoewel Hein als piemke de nodige verhalen gehoord had van zijn vader, en later ook overleveringsverhalen van zijn opa, vond Hein het belangrijk meer te weten te komen over de Eldense Blauwe. Daarom interviewde Hein mevrouw Cornelia en nam dit gesprek op. In plat Eldens vertelt ze allerlei anekdotes. Zo komt ook de Eldense Blauwe aan bod. Cornelia was een dochter van Derk Geurtsen, die gehuwd was met een meisje van Bekker. Deze Derk was de zoon van de man die Den Brink gekocht had. Dit gebeurde rond 1895. De oude Geurtsen was geen fruitkweker. Hij was 'waarmoezenier', oftwel tuinder in Oosterhout. Toch kocht hij de fruitkwekerij aan de Mooieweg in Elden. Cornelia vertelt tijdens het interview over de vele pruimenbomen die er stonden. Allerlei soorten. Maar vooral de blauwe pruimen vielen op. Ze hadden geen naam, maar werden wel goed verkocht. Cornelia weet van wie de kwekerij was: van Booi en Krans. Uiteindelijk zal deze overlevering van grote waarde blijken. Want hoewel bij de oprichting van de dorpsvereniging Elden in 1981 de Eldense Blauwe pruim een belangrijke rol speelt - de boom siert de Eldense vlag, het Eldense wapen, en de dorpskrant verschijnt de eerste dertig jaar in een Eldens blauwe kaft. Niemand in die tijd weet waar de naam Eldense Blauwe vandaan komt, en niemand weet wie Booi en Krans zijn....

Over Gert Scheperboer

Gert is mede oprichter van de dorpsvereniging Elden. Heel vaag herinner ik me dat ik in de winkel van 'De Bies' stond. Met de toonbank nog achterin de zaak, en de oude Hent van Biezen in de winkel. Elden beschikte toen nog over diverse winkeltjes. Het halve dorp ontmoette elkaar hier. Op dit moment stond ik bij Van Biezen: aardappels, groente en fruit. Terwijl ik stond te wachten op mijn beurt, sprak Gert Scheperboer mij aan. 'Weet jij waar de naam de Eldense Blauwe vandaan komt? Weet jij hoe het zit met die pruim?' Ik moest het antwoord schuldig blijven. Gert, geboren en getogen op de Eldense boerderij De Steenen Kamer, zal toen waarschijnlijk bezig geweest zijn met onderzoek naar de Eldense Blauwe pruim, vanwege de relatie met de dorpsvereniging. Later zat ik met Gert in de dorpsraad. Weer later richtte ik met Gert de Stichting Evenementen Elden op. Toen in 2006 de bomen bij Hendrik ten Elsen vandaan kwamen, om uitgepoot te worden in Elden, kwam er uiteraard ook een boom bij Gert in de tuin te staan. Gerts vader, in de tijd op de Steenen Kamer eigenaar van enkele bunders fruit, was tevreden over de smaak. Die was goed. Alleen liet de grootte van de pruimen nog wel te wensen over. Ieder jaar opnieuw volgt Gert nauwgelet de ontwikkelingen van zijn boom, zijn Eldense Blauwe.

Over Jaap Huurman

In mijn tijd bij de dorpsraad (2002 - 2012) hield ik mij bezig met ruimtelijke ordening. De eerste zaken die speelden waren onder andere het optreden van DJ Tiësto in Gelredome en de bouw van een boerderette in de boomgaard behorend bij Huize Voorburg. Gemeente Arnhem als Bevoegd Gezag Wet Ruimtelijke Ordening wilde de bouw toestaan. De dorpsraad Elden was tegen. Verantwoordelijk wethouder Van Bodegraven kreeg tegengas uit onverwachte hoek: van partijlid Jaap Huurman. Jaap was behalve Raadslid ook lid van Provinciale Staten en vroeg P.S. of Elden met haar Groengordel kon rekenen op bescherming door de Provincie. Uiteindelijk ging de bouw van de boerderette wel door.

Het zal ongeveer 2004 geweest zijn toen Jaap mij vertelde meegedaan te hebben aan een federatieve wedstrijd voor likeuren. Er waren zo'n 150 inzendingen. Jaap had zich van zijn meest creatieve kant getoond met het fabriceren van een exotische likeur. Hij eindigde daarmee in de staart van het klassement. Daarnaast had hij een heel simpel likeurtje gemaakt. Waarempel, daar scoorde hij aardig mee! Als cijfer scoorde hij rond de 7½ en in het eindklassement belandde deze fruitlikeur ergens rond plek 35. Het meest belangrijke ingrediënt van deze likeur? De Eldense Blauwe pruim!

Toen ik een jaar later Jaap vroeg om voorzitter te worden van een stichting die ik had opgericht (stichting Gelderse dijkmagazijnen), zette Jaap steevast de Eldense Blauwe pruimenlikeur in als promotiewapen. Jaap wist zelfs door te dringen tot het radioprogramma Spijkers met Koppen, gepresenteerd door Jan Jaap van der Wal en Felix Meurders, op zaterdagmorgen op radio 1. Helaas werden de pruimen, zichtbaar in de fles, door Jan Jaap betiteld als 'stierenkloten'. Maar de pret was er niet veel minder om.

Heel wat mensen hebben de Eldense Blauwe pruimenlikeur inmiddels mogen proeven, dank zij mijn vrouw Kittie. Niet alleen maakt ze de likeur. Ook maakt ze Eldense Blauwe pruimensap, Eldense Blauwejam en Eldense Blauwetaart.

Over mevrouw Bekker

Jaap kon beschikken over heerlijke Eldense Blauwe pruimen. Ze kwamen van mevrouw Bekker, uit de Klapstraat. Jaaap kende haar. Achter haar huis stonden van oudsher overal fruitbomen. Haar schoonvader, de oude Willem Bekker, had hier ooit zijn bedrijf inclusief het nodige fruit. De laatste jaren liepen schapen in de voormalige boomgaard. Er resteerden nog twee Eldense Blauwe pruimenbomen. De ene reikte niet hoger dan een meter of 4, 5. De andere boom ging naar de 9, misschien wel 10 meter. Mevrouw Bekker zelf kwam van origine uit Friesland en was kort na de oorlog in Elden komen wonen. Ze vertelde me dat ze niet beter wist dan dat de bomen er altijd al hadden gestaan. De grote boom gaf zo veel vruchten dat ook de overburen, leden van de familie Van Uum, konden meeplukken en meerapen.

Jaap nam mevrouw Bekker en haar dochter Tineke mee naar het dijkmagazijn aan de Drielsedijk. Dit pand wilden we met de opgerichte stichting behoeden voor sloop. Wat lukte. Het magazijn was toen nog in behoorlijk vervallen staat. Desondanks poseerde op de zolder mevrouw Bekker. Uiteraard met een fles Eldense Blauwe Likeur in haar handen. Enkele jaren geleden overleed ze op respectabele leeftijd. Ook het huis van mevrouw Bekker is er niet meer. Het is in 2014 na verkoop gesloopt. De kleine boom ging om met een zware januaristorm in 2007. De grote boom kampte met natuurgeweld als zware onweersbuien en stormen. In 2014 moest hetgeen wat over was van de boom wijken voor nieuwbouw. Het huis van de overburen, familie Van Uum, bleef wel staan maar is geheel verbouwd; er wonen 'nieuwe mensen'.

Over Wim Roddenhof

Wim kwam met zijn vrouw Gé in Elden wonen, na de bouw van de wijk 'Le Jardin'. Tot die tijd stonden hier de laagstamappels van boer Tijssen (spreek uit Tiesen). De boompjes weken, de huizen kwamen. Wim wist in aanmerking te komen voor een fraai huis aan de zuidkant: met de tuin grenzend aan de oude Middelweg; na de realisatie van de wijk Elderveld plotsklaps Elderhofseweg geheten.
Wim en Gé hadden uitzicht op het land van boer Pruijn, de boer op boerdere De Brinkenhof. De fraaie boerderij waar ooit de opa van Hein boeren knecht was.Boer Pruijn had de laatste jaren tarwe verbouwd. Maar het land was onderdeel van de zogeheten Eldense Groengordel. Deze gordel rond de kern van het oude dorp Elden diende de Eldense kleinschaligheid en het dorpse karakter te beschermen tegen grootstedelijke invloeden. De tarwe zou plaats maken voor een park. Wim, Ruurd Lammers en ik zaten namens de dorpsraad in de Klankbordgroep die door de Gemeente was ingesteld. Het ging enerzijds om de inrichting van het groen, anderzijds om de sloop van verpleeghuis Elderhoeve, en de bouw van het nieuwe verpleeghuis Eldenstaete. Om recht te doen aan het dorpse karakter, werd het parkontwerp van Bureau Lubbers gebaseerd op de Betuwe. Per slot van rekening is Elden een voormalig Betuws dorp. Gevolg was dat er een boomgaardje ingetekend werd, omzoomd met smalle slootjes. Wim vond dit alles prima. Maar als voormalig ambtenaar bij Gemeente Arnhem en als projectleider van het beroemde Arnhemse park Sonsbeek in 2008, met de grote beeldententoonstelling en de aanleg van de beroemde Steile Tuin, vond Wim wel dat het Eldense park allure moest krijgen. Alleen volstaan met Betuwse nostalgie, dat volstond niet.

In november 2005 hield de PvdA een bijeenkomst in sporthal De Laar -West. Ik ging erheen, want de wethouder Ruimtelijke Ordening, Sander van Bodegraven, was van PvdA huize. Het was belangrijk om te weten wat zijn plannen waren. Wim Roddenhof kon erg goed met Sander. Kritiek op Sander was prima, maar wel onderbouwd. Wim hield van pittige discussies – hij kon er zelf ook wat van zo gaf hij ruiterlijk toe. Maar Wim hield niet van steken niet onder de gordel en hij hield helemaal niet van kletspraat. Sander zag mijn voorstel wel zitten: om vooruitlopend op de aanleg van het park, alvast de boomgaard aan te planten. De verkiezingen kwamen er bovendien aan. Dus een plaatje in de Arnhemse Koerier was wel gewenst. Ik rekende Sander voor: 100 bomen voor 1000 euro en grondbewerking vooraf voor 500 euro. Voor 1500 euro zou het park al gestalte krijgen. Zo geschiedde. In februari 2006, het land bedekt met een dikke laag sneeuw, groeven enkele eenzame mannen plantgaten in het voormalige graanveld van boer Pruijn. Met 10 ingekuilde hoogstam appelbomen, afkomstig van Hendrik ten Elsen, stonden we klaar. Op de hoekpunten van de toekomstige boomgaard kwamen in totaal 4 bomen. De overige 6 bomen werden op de omtreklijn geplaatst. Sander vond het weer evenmin aantrekkelijk. Hij plantte de boom die het dichtst bij de openbare weg kwam te staan. De fotograaf schoot zijn plaatjes. Daarmee was de aanleg van de boomgaard van start gegaan. Met kinderen van de basisscholen werden in oktober 2006 de overige bomen geplant. Maria Jansen – Van Kesteren en Ria Leenders hadden namens de jubilerende dorpsvereniging Elden de bovenbouw leerlingen en hun meesters en juffen bereid gevonden. Diverse oud fruittelers als Daan Boetzel, Henk Eggenhuizen en Hein Reusken begeleidden de aanplant. Ben Roelofs zal ongetwijfeld gefilmd hebben. Kortom: de nieuwe boomgaard was een feit. Uiteraard kwamen er pruimenbomen. Aanvankelijk 49 stuks, waarvan 7 Eldense Blauwe bomen, afkomstig van de entlichting 2003, van Hendrik. Daar bovenop kwamen appels, peren en kersen. In totaal zo’n 115 bomen. Enkele jaren later werd het park verder ingericht. Slootjes en paden kwamen, soms ten koste van bomen. Knotwilgen kwamen en schapenrasters. Dus kwamen er ook schapen via Arnold Steenhuis van Natuurcentrum Arnhem, gevestigd op de voormalige boerderij van familie Tilleman aan de Huissensedijk. Later volgden kalveren via Erik Wijers van de Hendrinahoeve op ’t Heuveltje in Meinerswijk. De door Lianne Vellema en mij opgerichte stichting Het Eldens Landschap zou tekenen voor het beheer. Het sportveld en de bloemenweide bleven in beheer bij de Gemeente zelf. Jammer genoeg werden 2 zeer oude appelbomen gerooid bij de aanleg van de bloemenweide. Het waren appelbomen geweest van de boeren gebroeders Rutgers van voor uit de Klapstraat. Zo moesten ook de hoogstamappels wijken langs het fietspad tussen de Stoeterij van Schouten en de Batavierenweg. Ook die waren van gebroeders Rutgers geweest. Er kwamen onder aansturing van de Gemeentelijk manager beheer Stadsdeel Zuid, de heer Kees Hin, jonge hoogstambomen voor terug. Enkele pruimenbomen die over bleven bij de aanleg van de slootjes in het nieuwe park, verhuisden naar deze stek.

De bomen in het park doen het goed. Ze zorgen voor prachtige bloesem in het voorjaar en voor lekkere vruchten in de zomer en najaar. Betuwse rijkdom in optima forma. Eldense meiden, aangestuurd door Lianne, verzorgen het vee. Vrijwilligers van de Eldense Landschapscommissie snoeien de bomen. Wim zou er zeker van hebben genoten. Daan zou er zeker trots op zijn geweest.

Over de heer Joop Tilleman

In 1937 kwam de familie Tilleman naar Elden aan de Huissensedijk. Joop was toen nog een klein piempke. Hij herinnert zich nog hoe de zolder van de grote schuur was ingericht voor het drogen van tabaksbladeren. Voordat Elden een fruitdorp werd, profiteerde het dorp van de handel in tabak. Maar einde van de 19e eeuw, begin 20e eeuw gaf de een na de andere tabaksplanter het op. Het was economisch niet meer lonend om de arbeidsintensieve teelt uit te voeren. Ook de familie Tilleman liet tabak voor wat het was en runde een gemengd bedrijf, met koeien, varkens, kippen, wat tuinbouw, akkerbouw en natuurlijk fruit. Joop woont nu aan de Moooieweg en ent zijn hele leven al met wisselend succes. Tonny en ik hadden onze eerste stappen gezet in de kunst van het enten. Onze resultaten waren matig tot zeer matig. Tonny scoorde nog wel wat, bij mij was de score echt bedroevend. Hendrik ten Elsen had mij laten weten dat hij heel tevreden was als 50 tot 60 procent van de enten aansloeg. Maar met mijn 10 procent en soms nog lager wist ik dat er nog een flink gat te vullen was. Het bezoek aan Joop was in dat opzicht troostend. “Krengen zijn het,” wist Joop. Net als kersen. Ik was wel heel benieuwd naar zijn slagingspercentage. “Tien procent,” was het droge antwoord. Zo makkelijk als appels en peren leken te gaan (ik scoorde 100% op de entcursus met appels), zo lastig waren de pruimen.

Joop, al aardig in de tachtig, had een kameraad woonachtig in Huissen, richting Huissen Zand. De man was al wel op leeftijd, waarschuwde Joop. Maar die man wist heel veel van fruit af. Daar moesten we zeker heen. Maar voordat we daar heen gingen, wilden we graag van Joop weten of hij een idee had van de pruimen de we bij ons hadden. Ooit had ik wat wortels in de grond gestopt van een boom die met storm was omgewaaid (18 januari 2007). Tot mijn aangename verrassing kwamen uitlopers de grond uit. Ik groef de wortel op. Op 3 plekken zaten uitlopers. Ik brak de wortel in 3 stukken en plantte de uitlopers. Enkele jaren later bloeiden de bomen met werkelijk prachtige bloesem. Niet veel later zaten er pruimen aan! Ze leken enigszins op de Eldense Blauwe: een ovaal, blauwe pruim met een diamter van ongeveer 30 mm, voorzien van een lichte donslaag. Het vruchtvlees was fris geel. Maar smaak? Het leek nergens op. Flauwer dan flauw. Zou Joop weten wat dit voor pruimen waren? Joop zag het transparante zakje, zag de inhoud en nog voordat de cruciale vraag gesteld was, gaf Joop al antwoord: “Oh ik zie het al. Verkenspruimen. Niet te vreten.” Joop proefde. “Zie je wel. Hij trok een vies gezicht. “Ja, dat zijn Verkenspruimen. Niks aan. Wat een smakeloze dingen.”

De heer Stienissen

Het was winter. Joop had kans gezien een afspraak te maken met zijn kameraad uit Huissen. We waren in het buitengebied. Hier stond langs een landweggetje een fraai huis. We gingen achterom en werden welkom geheten. Via wat vertrekjes kwamen we in de kleine keuken en van daaruit kwamen we in de lekker verwarmde kamer. De heer Stienissen was al 90 maar had alles scherp op een rijtje. Hij was klein van stuk. Ook al was het warm, hij hield zijn pet op. Nadat Joop en hij eerst de kwakkelende gezondheid van beiden besproken hadden, kwamen we op het fruit. Of hij de Varkenspruim kende? De Brussels, corrigeerde hij direct. Ja, die kende hij wel. Hoe opmerkelijk! Zelfs Hendrik ten Elsen had het vermoeden geuit dat de Varkenspruim een wilde pruim was die mogelijk vaak in varkenshokken groeide. En ook fruitkwekers uit kwekersfamilies wisten niets anders te vertellen over de Varkenspruim dan dat hun vaders en opa’s hun Eldense Blauwe bomen op de Varkenspruim entten. Maar allen waren er van overtuigd dat de Varkenspruim niet meer te vinden was. Terwijl hij vroeger – een halve eeuw terug – toch nog op allerlei plekken stond. Zomaar, in het wild. Dat was het gangbare verhaal dat ik hoorde. Maar nog nooit had iemand de naam Brussels uitgesproken.

Mijn eigen wijsheid kwam uit vooroorlogse fruitboeken en – boekjes die ik in Wageningen kocht. Het ging in de moderne fruitboeken zelden of nooit over onderstammen. En als het er al over ging, dan heel summier. In oudere fruitboeken was de aandacht voor onderstammen groter. De Varkenspruim werd dan ook genoemd. En als je geluk had, las je tussen haakjes: Brussels. Het toonde voor mij aan dat heden ten dage het kennispeil niet meer was wat het ooit geweest was. De heer Stienissen ging niet verder in op de Varkenspruim maar vertelde over een Eldense Blauwe boom die hij had, uit de jaren dertig. Het klonk alsof de boom nog welig tierde. Maar dat was niet zo. De boom was met een storm enkele jaren terug omgewaaid. De heer Stienissen had de boom in stukken gezaagd. Er was niets meer van over…. Wat een domper. Toen hij hoorde van onze ambitie om van oude bomen te enten, het liefst ook op Varkenspruimen, pochtte hij: “Varkenspruimen? Ik heb er wel 100!”. Wat bleek: de wortels van de omgewaaide boom zaten nog in de grond en waren massaal uitgelopen. Enkele weken later waren Tonny en ik aan het spitten op de plek waar ooit de Eldense Blauwe stond. Nu stonden er uitlopers. Het waren er geen honderd maar tientallen stonden er wel. De boomgaard van de heer Stienissen was voor ons een stukje paradijs. Hij leidde ons er rond. Een prachtige, enorm grote appelboom van ongeveer 100 jaar stal de show. Maar de grootste verrassing bestond uit …… twee Eldense Blauwe bomen. Ze waren een jaar of tien oud, destijds ge-ent op een Varkenspruim onderstam met enthout van de inmiddels omgewaaide en opgezaagde Eldense Blauweboom!

Het echtpaar Janssen

Hein Reusken bracht mij in 2002 in contact met diverse Eldense eigenaren van oude Eldense Blauwe bomen. Het was duidelijk: Hein en ik deelden onze passie voor Eldense Blauwe pruimen. Een van de eerste families waar ik kennis maakte was familie Janssen. Alleraardigste mensen, redelijk op leeftijd. Meneer Janssen vertelde bewogen zijn persoonlijke verhaal bij zijn Eldense Blauwe. Hij wist nog dat de boom geplant was. Hij was toen 7 jaar. De heer Janssen was geboren in 1927. Een eenvoudige rekensom leerde dat de boom dateerde van 1934…. Voor de heer Janssen had de boom een speciale betekenis. Zijn jeugdjaren waren emotioneel aangrijpend; deze boom herinnerde hem aan die bijzondere tijdsperiode. Mevrouw Janssen was afkomstig van Huissen Zand. Met haar groene vingers kweekte ze bijna jaarrond in haar kasje andijvie, druiven en alles wat maar wilde groeien. Een bezoekje aan familie Janssen betekende steevast een gezellig praatje, even gezellig zitten, wat drinken met een ‘kuukske’ erbij.

Met de boom ging het steeds slechter. De boom was al in grootte ingenomen. De grootste takken waren al teloor gegaan. Een kleine top resteerde. De pruimen die hier aankwamen, smaakten nog altijd heerlijk. En de tijden dat familie Janssen over de grote booomgaard beschikte en vanuit huis massa’s pruimen verkocht, waren voorbij. Wat er nu nog aan fruitopbrengst aan kwam, naast de Opals, de Perzikpruimen en de groentjes (Reine Claude Verte) was meer dan de familie op kon. Maar na een storm (rond 2007) was het echt gedaan met de Eldense Blauwe boom. Zelfs de top was eruit. Tot mijn vreugde mocht de stomp blijven staan. Immers, tal van uitlopers aan de stam groeiden als kool. De Eldense Blauwe was op ruim een meter boven maailveld geënt (ergens rond 1931/1932 schat ik) en ik was reuze benieuwd naar de aard van deze onderstam.

Al eerder had ik met hulp van mevrouw Janssen afleggers gecreërd. Hiervan plantte ik er eentje naast de oude Eldense Blauwe. Onze opzet was om met griffels van de oude boom een extacte kopie te maken van de oude Eldense Blauwe boom. Helaas sloegen de enten niet aan. Ook de oculaties van Tonny deden het niet. Tot ons aller spijt ging de onderstam ook nog dood. Na de storm was enten met griffels van de oude booom niet meer mogelijk. Gelukkig hadden we de voorbijgaande jaren al diverse nieuwe bomen gekweekt met griffels van deze oude Eldense Blauwe boom. We konden een exacte kopie nog steeds maken. Toch was het jammer dat het al meerdere jaren achter elkaar niet gelukt was. Ook de 2 afleggers die ik thuis had ik mogen aanplanten, wilden maar niet verenigen met Eldense Blauwe griffels. Ging het experiment ooit nog slagen? De heer Janssen heeft het helaas niet mee mogen maken. Hij overleed in de eerste helft van 2015. Ik kende hem als een zeer aimabel mens met een groot hart. Nu resteert een leegte. De oude stomp van de Eldense Blauwe staat nog. De jonge loten van de onderstam bruisen van het leven. Ze vormen tezamen de herinnering aan een bijzonder mens. Een man met een bijzondere band met een bijzondere boom.