Elden staat tegenwoordig te boek als een voormalig klein dorpje, ingelijfd door Reus Arnhem. Omdat Arnhem behoefte had aan stadsuitbreiding is het Eldense buitengebied omgevormd tot een wirwar aan Vinexwijken die tezamen het grootste deel van Arnhem Zuid vormen. Maar in Arnhem Zuid wonen tegenwoordig nagenoeg net zo veel mensen als in Arnhem Noord. Dus mag je concluderen dat Elden met buitengebied best uitgestrekt was.

In dit uitgestrekte buitengebied dat liep van Huissen, tot Elst, tot Driel, tot Rijn – liep de stokoude Mooieweg. Boerderijen en landerijen gaven hier het landschap kleur. Parallel aan de Mooieweg de zo mogelijk nog oudere bandijk tussen Elden en Huissen. Officieel Huissensedijk geheten. Maar in Huissen logischerwijs Eldensedijk genoemd. Hein Reusken (1939) woonde zowel aan de Huissensedijk als aan de Mooieweg. Lange tijd was hij de eenzame promoter van de Eldense Blauwe. Want had Hein niet van zijn eigen vader gehoord hoe buurman Geurtsen in 1904 de blauwe pruimen van eigen erf had geveild bij de net opgerichte Veiling Vereniging Over-Betuwe? Maar de keurmeester kende de pruimen niet. Dus veilingdirecteur Vink besliste dat de pruim Eldense Blauwe ging heten. Want het waren blauwe pruimen uit Elden. Heins opa was vanaf 1906 trotse eigenaar van deze waardevolle pruimen. In dat jaar kocht hij de hofstede van de voormalige ‘rentmeester’ van het Gasthuis dat eigenaar was van boerderij De Brinkenhof. Hier was Heins opa boeren knecht. De rentmeester had ooit zijn hofstede naast De Brinkenhof laten bouwen. Rondom de hofstede stond een hele rij Eldense Blauwe pruimen. Omdat hij oud werd, zocht de rentmeester een nieuwe eigenaar voor zijn huis. Heins opa mocht met hem zaken doen. Na de geslaagde overdracht vertelde de rentmeester aan Heins opa: ‘Let op die blauwe pruimen. Die zijn goud waard!’ In het eerste oogstjaar liep Heins opa zo vaak hij kon met de kruiwagen over de schipbrug naar de Arnhemse Korenmarkt. Hier ventte hij zijn blauwe pruimen uit. In het eerste jaar verdiende hij met de blauwe pruimen zoveel geld dat hij de helft van zijn hypotheek kon aflossen!

Hein was jarenlang schrijver van verhalen over historisch Elden, voor de dorpskrant, het blad van de Dorpsvereniging Elden. In die hoedanigheid interviewde hij tal van mensen. Zo ook een nazaat van fruitteler Geurtsen. Deze mevrouw, Cornelia Geurtsen, een kleindochter van de oude Geurtsen, was ver in de tachtig. Ze was herstellende van een operatie toen ze Hein haar interview gaf. Toen vertelde ze haar verhaal over haar opa die als eerste Eldense Blauwe pruimen veilde. Maar ook hoe haar opa in 1895 de kwekerij had gekocht en had aangetroffen. Een kwekerij vol met blauwe pruimen.

Dankzij Hein is het raadsel van de Eldense Blauwe niet verloren gegaan. Hij heeft het laatste twijgje met informatie gegrepen en zorgvuldig bewaard. Dankzij Hein kreeg ik toegang tot deze belangrijke informatie en kwam ik terecht op tal van plekken waar nog oude Eldense Blauwe bomen stonden. Daar knipten we het eerste enthout voor het Eldense Blauwe experiment. Het grote doel van Hein was om het genetisch materiaal van deze oude bomen veilig te stellen. Inmiddels zijn alle oude bomen vegetatief vermeerderd. Heins eerste grote doel is behaald.

Hoe mijn pad dat van Hein kruiste, en wanneer precies, weet ik niet goed meer. In november 2000 plantte ik achter het huis de Early Prolifics. Die gaven in de zomer van 2001 voor het eerst vrucht. Ze vielen tegen. In februari 2002 ontmoette ik Hendrik ten Elsen op de entdagen. Vanaf december 2002 verzamelden Hein en ik het eerste enthout van oude bomen. In april 2003 ging Hendrik ten Elsen voor ons voor het eerst enten. Het moet in deze periode geweest zijn dat Hein mij besmette met het Eldense Blauwe virus.

De grote roerganger Hein Reusken is van ons heen gegaan, op 23 november 2018.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *