Henk van Rheede vertelt:

Over Hendrik ten Elsen

Het is rond februari 2002. Met mijn vriendin Kittie tijg ik naar Enschede. Ik heb eerder van haar een abonnement gekregen op het blad Landleven. Daarin staat dat er vandaag in Enschede een entdag is. Hoewel ik ben opgegroeid te midden van het fruit, heb ik geen idee welke moderne ontwikkelingen er zijn op het gebied van fruitkennis. Er zijn in Enschede tal van deskundigen. In enten ben ik niet eens zozeer geïnteresseerd. Ik wil weten of iemand de Eldense Blauwe pruim ook kent.

De pruim blijkt een grote onbekende. Behalve bij één man: Hendrik ten Elsen. Hij kent de pruim wel. Bij hem in de streek wordt de pruim ook wel Roggepruim genoemd. Omdat de rijptijd van de pruim ongeveer overeen komt met de oogsttijd van de Rogge. Een klein pruimpje, niet onaardig, weet hij. Het typische aan Hendrik is dat het lijkt alsof hij alle tijd heeft. Hij heeft geen enkele haast. Hij gaat zelfs in op mijn verhaal dat de Eldense Blauwe pruim van nu zo veel anders lijkt dan de Eldense Blauwe pruimen die ik van vroeger uit ken. En waarvan ik nog bomen in het boomgaardje achter het huis heb staan. Hendrik sluit niet uit dat het een andere soort is, of een kruising! Voor mijn gevoel is Hendrik daarmee degene geweest die als eerste het morele, doorslaggevende zetje gaf richting verder onderzoek.

 

 

Een mooi moment: op de kwekerij bij Hendrik in Neede in 2003. Van links naar rechts: Henk van Rheede, Hendrik ten Elsen, Hein Reusken. Foto: Ben Roelofs.

Het contact blijft tot voorjaar 2008. Hendrik ent begin april in dat jaar op mijn verzoek met een achteloos gemak – tussendoor al pratende met een fruitliefhebber op zijn erf – de 50 griffels op de 50 onderstammen die ik heb meegebracht. De onderstammen, zo dik als een potloodje, heb ik gekocht als Brompton zaailingen.

Hendrik maakt zijn entklus af en neemt afscheid van de bezoeker. Daarna laat hij me trots de nieuwe loods zien en wijst en passant op een steenuiltje in een oude appelboom. Daarop zegt hij: ‘Ik kan het mis hebben. Maar volgens mij is dit de Myrobolan onderstam.” Ik kan het me niet voorstellen.

 

Henk van Rheede staat te likkebaarden bij de jonge door Hendrik geënte Eldense Blauwe bomen, op de kwekerij in Neede in het najaar van 2003. Foto: Hein Reusken

De geënte onderstammen uit 2008 poot ik thuis uit achter de deel (koeienstal). Twaalf exemplaren slaan aan. De resterende plant ik in een rij wat verder van huis af. Hier kunnen ze groot uitgroeien. Want ik wil toch wel weten wat hier voor pruimen aan komen. Zullen het overwegend gele zijn wat duidt op Myrobolanzaailingen zoals Hendrik stelt. Of zijn het overwegend blauwe pruimpjes? Wat duidt op de Brompton zaailing.

Eigenlijk is het al te zien aan het blad. Dit is spitsig, klein. De twijgen zitten vol doorns. Dit moet een Myrobolan zijn. Als de vruchten komen, telde ik 6 verschillende kleuren. Overwegend geel. Maar ook oranje, rood, dieprood, paars en violet. De vorm varieert ook. Van rond, tot hartvormig en zelfs ovaal als een kwets. Hoewel de verschijningsvorm van de vruchten zeer divers is, is één ding wel duidelijk: Hendrik had gelijk.

Hendrik overlijdt plotseling op 8 juli van dat jaar. Luttele dagen voordat de Eldense Blauwe rijp zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *