In 1937 komt de familie Tilleman naar Elden aan de Huissensedijk. Joop is dan nog een klein piempke. Hij herinnert zich nog hoe de zolder van de grote schuur is ingericht voor het drogen van tabaksbladeren. Voordat Elden een fruitdorp wordt, profiteert het dorp van de handel in tabak. Maar einde van de 19e eeuw, begin 20e eeuw geeft de een na de andere tabaksplanter het op. Het is economisch niet meer lonend om de arbeidsintensieve teelt uit te voeren. Ook de familie Tilleman laat tabak voor wat het is en runt een gemengd bedrijf, met koeien, varkens, kippen, wat tuinbouw, akkerbouw en natuurlijk fruit.

Joop woont nu aan de Moooieweg en ent zijn hele leven al met wisselend succes. Tonny en ik bezoeken hem, nu we onze eerste stappen hebben gezet in de kunst van het enten. Onze resultaten zijn matig tot zeer matig. Tonny scoort nog wel wat, bij mij is de het slagingspercentage echt bedroevend. Hendrik ten Elsen heeft mij laten weten dat hij heel tevreden is als 50 tot 60 procent van de enten aanslaat. Maar met mijn 10 procent en soms nog lager weet ik dat er nog een flink gat te vullen is. Het bezoek aan Joop is in dit opzicht troostend. “Krengen zijn het,” weet Joop. “Net als kersen.” Deze uitlatingen maken dat ik heel benieuwd wordt naar zijn slagingspercentage. “Tien procent,” is het droge antwoord. Zo makkelijk als appels en peren lijken te gaan (ik scoorde 100% op de entcursus met appels), zo lastig blijken de pruimen.

Joop, al aardig in de tachtig als wij hem bezoeken, heeft een kameraad woonachtig in Huissen, richting Huissen Zand. “De man is al wel op leeftijd,” waarschuwt Joop. “Maar die man weet heel veel van fruit.” Daar moeten we zeker heen. Maar voordat we daar heen gaan, willen we graag van Joop weten of hij een idee heeft van de pruimen de we bij ons hebben.

Ik heb eerder wat wortels in de grond gestopt van een boom uit de boomgaard van mevrouw Bekker, die met storm is omgewaaid (18 januari 2007). Tot mijn aangename verrassing komen enige tijd later uitlopers de grond uit. Ik graaf de wortel op. Op 3 plekken zitten uitlopers. Ik breek de wortel in 3 stukken en herplant de uitlopers. Enkele jaren later bloeien de bomen met werkelijk prachtig witte bloesem, zo dik gezet rondom de tak. Het lijkt wel de bloeiwijze van een kers! Niet veel later zitten er pruimen aan de boompjes! De pruimen lijken enigszins op de Eldense Blauwe: een ovaal, blauwe pruim met een diamter van ongeveer 30 mm, voorzien van een lichte donslaag. Het vruchtvlees is fris geel. Maar smaak? Het lijkt nergens op. Flauwer dan flauw en heel droog.

Nu zijn we bij Joop. Zou Joop weten wat dit voor pruimen zijn? Joop ziet het transparante boterhammenzakje, ziet de inhoud en nog voordat ik de cruciale vraag kan stellen, geeft Joop al antwoord: “Oh ik zie het al. Verkenspruimen. Niet te vreten.” Joop proeft. “Zie je wel. Hij trekt een vies gezicht. “Ja, dat zijn Verkenspruimen. Niks aan. Wat een smakeloze dingen.”

De boerderij van Tilleman is tegenwoordig eigendom van de gemeente Arnhem die er het natuur- en milieucentrum vestigt. De boerderij heet voortaan stadsboerderij en is gelegen aan de Marius van Beeklaan… genoemd naar een Utrechtse kunstenaar. Dat is toch knap, van een boerderij die toebehoort aan een meer dan 1000 jaar oud Over-Betuws rivierdorp, een stadsboerderij maken.

Maar goed, een kleinzoon van Joop, Mark, komt te werken bij het centrum. Daarmee blijft de Tilleman traditie in ieder geval verbonden aan deze mooie Eldense dorpsboerderij, de Korenmaat. Joop is daar maar wat trots op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *