Als je zoals ik bent opgegroeid tussen de pruimenbomen, dan weet je voor jezelf wat de lekkerste pruimen zijn. Want tijdens de pluk verdwijnt er regelmatig een pruim naar de mond. Zo leer je vanzelf de relatie te leggen tussen de rijpheid en de smaak. Bij een goede Eldense Blauwe pruim ligt de pit altijd los.

De Eldense Blauwe pruim komt in diverse kleuren voor en ook in diverse afmetingen. Blauw is wel de hoofdkleur. Maar soms zijn ze meer paarsblauw, en soms zijn ze blauwzwart. Dit hangt samen met de onderstam waarop de Eldense Blauwe pruim is geënt. De smaak varieert ook en dat maakt het wat lastig om de Eldense Blauwe pruim te definiëren. De Eldenaren die zijn de hoogtijdagen hebben meegemaakt in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, zijn heel resoluut. De echte Eldense Blauwe heeft naar hun oordeel een enigszins rinzige smaak als je er in bijt. Daarna wordt de pruim zoet van smaak. In de nasmaak zit een bittertje. Het vruchtvlees moet geelgroen zijn. Er mag een rood adertje doorheen lopen. De pit moet altijd los liggen. De structuur is stevig.

Ouderwetse telers zoals mijn opa was, hechten veel waarde aan de donslaag die op de pruimen ligt. De Eldense Blauwe pruim heeft door de donslaag een matte kleur. Wie de pruim plukt laat zijn vingerafdrukken achter op het dons. Wanneer de pruim echter eetrijp is, hoeft de plukker de pruim echter nauwelijks aan te raken. Met de hand onder de pruim is een zachte beroering voldoende om de pruim in de handpalm te doen landen. Maar er zijn ook mensen die net voor het eten de donslaag juist eraf poetsen. De Eldense Blauwe pruim gaat dan van mat naar glanzend.

Van de Eldense Blauwe pruim is heerlijke jam te maken die prachtig dieprood kleurt. Hetzelfde geldt voor bowl die gemaakt wordt met Eldense Blauwe pruimen. Voor veel mensen geldt: van de Eldense Blauwe pruim kun je de lekkerste pruimenjam maken. Voor liefhebbers van geitenkaas is de combinatie 'geitenkaas met Eldense Blauwejam' een must. Eldense Blauwe pruimen lenen zich ook heel goed voor toepassing in taarten, voor chutneys, puur sap, saus in de joghurt en saus bij vlees. Hoewel de smaak van de Eldense Blauwe pruim door veel mensen als wat zuur wordt beschouwd is na koken de Eldense Blauwe pruim relatief zoet. Een pruim als bijvoorbeeld de Reine Claude Verte die van zichzelf mierzoet is, is na het koken ontzettend zuur.

De bekende schrijver van tuinplanten Romke van der Kaa kent de Eldense Blauwepruim ook. Hij beschreef de pruim in een van zijn stukjes als een echte zuurpruim. Maar zelfs de zoetste pruim is zuur wanneer je hem te vroeg plukt en eet. Een Eldense Blauwe pruim op het juiste moment geplukt en gegeten is absoluut zoet. Omdat de Eldense Blauwe pruim slechts een dag of 10 te plukken valt, kan het gebeuren dat de pruimen voortijdig geplukt worden. En dan kan het zijn dat de pruim nog niet volledig op smaak is en zuur aandoet. Het is een kwestie van ervaring met plukken. Aan de hardheid van de pruim is vrij exact te bepalen of hij net in die overgang zit van zuur naar zoet, of juist volledig op smaak is. Blijft de pruim bij volledige smaak nog 2 of 3 dagen hangen, dan kleurt het vruchtvlees naar geeloranje en wordt het vruchtvlees rood dooraderd. De bittere nasmaak neemt toe. In deze fase valt de pruim vaak spontaan van de boom. Blijft de pruim echter hangen, en wordt de pruim dan nog niet geplukt, dan wordt de pruim zacht en begint het vel rimpelig te worden. De pruim is dan overrijp. De bitterheid is dan nog verder toegenomen, maar de hoofdsmaak is zoet. Het zuur bij de eerste beet is dan geheel verdwenen.

Omdat de Eldense Blauwe pruimen aan een boom nooit allemaal gelijktijdig rijp zijn, is het voor de commerciële teelt geen gemakkelijke boom. Wie op dag 1 van de 10 dagen plukt, ziet en voelt vooral pruimen die nog zuur zijn. Maar de eerste zijn al zo goed als rijp en zo goed als op smaak. De pruimen laten los van het steeltje. Dit is het teken dat ze plukrijp zijn. Het zuur in de eerste beet is dan nog vrij sterk, en kan zelfs tegen het wrange aan zitten. De pit zit nog niet volledig los. Zouden de opstellers van het Heidemij naslagwerk uit 1947 deze pruimen hebben gegeten en hebben opgeschreven wat ze proefden? In dat geval is het jammer dat deze mensen niet een paar dagen hebben gewacht met proeven.... Want dan is de pruim eetrijp en precies goed op smaak: friszoet met het bittertje in de nasmaak.

Het grote voordeel van het oogsten van plukrijpe Eldense Blauwe pruimen is dat ze nog vrij hard zijn. Ideaal voor transport naar de veiling, naar de groothandel, en uiteindelijk naar de groenteboer. Gedurende deze transporttijd kleurt de pruim verder richting het blauwe en ligt er een prachtige pruim in de winkel. De smaak is echter nauwelijks veranderd, en de pit ligt niet volledig los in de vrucht. Mogelijk heeft Romke van der Kaa deze exemplaren gegeten bij zijn groenteboertje om de hoek? Wie de eetrijpe Eldense Blauwe veilt, krijgt onderweg te maken met uitval. De pruimen zijn net wat zachter dan hun plukrijpe broertjes en zusjes. Door het schudden tijdens transport en overslag krijgen de pruimen eerder een beurse plek. Hier ontstaat heel snel een witte schimmel, de Monilia schimmel. Deze is zeer besmettelijk en binnen een dag zijn de omliggende pruimen aangetast met Monilia. Deze pruimen zijn onverkoopbaar. Ze zien er niet uit met hun witte uitslag. Voor de commerciële kweker komt het dus heel nauw met plukken. Liever net niet plukrijp geplukt dan eetrijp geplukt, om uitval zo veel mogelijk te beperken.

Zelf pluk ik de Eldense Blauwe pruim altijd eetrijp. Ik zet de geplukte pruimen altijd in de kelder. Donker en koel. Een pruim uit de koelkast vind ik niet smaken. Eldense Blauwe pruimen zijn in de kelder maximaal vier dagen houdbaar. Dan slaat de Monilia hard toe. Enkele dagen nadat de eerste pruimen geoogst zijn, de voorlopers, barst het pruimenfeest los. De pruimen zijn massaal eetrijp en moeten zo snel als mogelijk geplukt worden. Voor de eigenaar van de pruimen is het zaak om iedere dag zijn geplukte pruimen af te zetten. Dit doet hij door de vers geplukte pruimen te verkopen aan de lokale groenteboeren of landwinkels, of aan huis. Door gebruik te maken van een koelcel is het mogelijk de pruimen langer goed te houden, en over langere tijd te verkopen aan klanten. Voor verwerking in jam, bowl of anderszins, kunnen het beste eetrijpe pruimen gebruikt worden, of pruimen die nog iets rijper zijn. Deze beschikken over een hoger suikergehalte en het bittertje geeft de producten extra smaak.

De Eldense Blauwe pruim moet met precisie in de tijd geplukt worden. Maar dit geldt niet alleen voor de Eldense Blauwe pruim. Eigenlijk geldt dit voor alle pruimen die uit de hand gegeten worden. Zo moet de Reine Claude d'Oullins aan de vroege kant geplukt worden, als hij plukrijp is of mogelijk nog een halve dag eerder. Pluk je deze pruim eetrijp dan neigt hij al naar meligheid. Een overrijpe d'Oullins is geheid melig. De Reine Claude Verte is zeer gevoelig voor regen, en barst open en wordt daarom meestal hard geplukt. Met de pit vast. Zonde maar begrijpelijk. Bij droog weer verkleurt de Verte naar geel, met fijne rode adertjes aan de zonkant. Het sap verwordt tot een zoete stroop, een en al zaligheid. Wie dit wil meemaken, moet gewoon de boomgaard in. In de winkels zijn zulke pruimen niet te vinden.

 

Afmetingen

Eldense Blauwe pruimen hebben de naam klein te zijn. Ten opzichte van de relatief nieuwe soorten als Excalibeur, Valor en Jubileum zijn vrijwel alle oude pruimensoorten klein. Omdat de Eldense Blauwe een oude soort is, moet de grootte van de Eldense Blauwe pruim worden afgemeten aan andere oude pruimensoorten. Van de oude soorten is de Monsieur Hatîf redelijk groot. De Reine Claude d'Oullins kan ook aardig groot zijn, net als de Reine Claude d'Althan. En natuurlijk de Belle de Louvain en ook de Victoria mits deze goed gedund is. De Eldense Blauwe is een slagje kleiner, maar groter dan bijvoorbeeld de overbekende Reine Claude Verte, en vergelijkbaar met de bekende Dubbele Boeren Witte. Toch lijkt het erop dat de variatie in grootte bij de Eldense Blauwe pruim groter is dan bij andere pruimensoorten. Zo zijn er Eldense Blauwe bomen waaraan de pruimen een gemiddelde diameter hebben van 25 à 28 mm. Uitschieters aan deze bomen zijn pruimen met een diameter van 28 à 30 mm. Wie zo'n boom heeft, heeft pech. Want er zijn ook bomen waaraan de gemiddelde pruimdiameter ligt tussen de 30 à 33 mm, en waarbij de uitschieters een diameter hebben van 36 à 38 mm. In bijzondere gevallen kan de Eldense Blauwe pruim zelfs een diameter hebben van boven de 40 mm.

Smaak, aroma, grootte, tijd van rijping en kleur zijn alle variabel. De afwijkingen worden veroorzaakt door de onderstam, of door mutaties in de Eldense Blauwe zelf. Nu zijn mutaties niet middels DNA onderzoek vast te stellen. Een mutant is alleen visueel aan de vrucht herkenbaar. Maar omdat per boom de vruchten onderling ook weer variëren, is het moeilijk een (kleine) mutatie vast te stellen. Voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog (1940) werd in de Over-Betuwe, de Neder-Betuwe en de Liemers veelvuldig de Varkenspruim (officiële naam Brussels) gebruikt als onderstam. Oude fruitkwekers stellen nog steeds dat de Varkenspruim de beste onderstam is voor de Eldense Blauwe. De pruimen worden mooi grof, de smaak is uitstekend en karakteristiek met de zure beet, het zoet en het bittertje in de nasmaak. En de bomen blijven vrij klein (4 à 5 meter hoog).

Na de tweede wereldoorlog (vanaf 1945) wordt voor de Eldense Blauwe pruim de Myrobolan onderstam veel gebruikt, met name de Myrobolan B. Dit resulteert in grote bomen, soms wel tot 10 meter hoog en een stamdiameter van ca. 50 cm. Deze bomen kunnen zeer oud worden, tot 90 jaar. Vanaf de jaren 70 wordt in Nederland de Eldense Blauwe vooral op St. Juliën A geënt, een selectie van de St. Juliën. Deze onderstam geeft kleinere bomen (tot 6 m hoog) wat makkelijker is met plukken, geeft zelden wortelopslag wat makkelijk is met onderhoud en is ongevoeliger voor de loodglansschimmel dan de Myrobolan. De vruchten van de Eldense Blauwe boom, geënt op een St. Juliën zijn echter anders van smaak en kleur. De vruchtsmaak en vruchtkleur van de Eldense Blauwe boom geënt op een Varkenspruim en een Myrobolan verschillen onderling maar weinig. De kleur is donker (blauw zwart) en de smaak is karakteristiek. Bij de St. Juliën als onderstam is de smaak de eerste jaren in veel gevallen flauwer en zoeter. De de pit zit vast ook als de pruim eetrijp is. De kleur is paarsblauw en de pruimen zijn relatief klein. Pas wanneer de boom uitgegroeid raakt (na 15 à 20 jaar) verandert de smaak en de grootte. De smaak wordt uitstekend en de grootte loopt op van ca. 28 mm naar 30 à 33 mm gemiddeld.

Bij de Myrobolan onderstam zijn de eerste 10 jaar de pruimen nog aan de kleine kant. Zeker de eerste jaren zijn de pruimen vaak niet groter dan 28 mm. Na 10 jaar is de pruimgrootte flink toegenomen en zijn pruimen in de maat 33 -36 mm geen uitzondering. De smaak is goed, ook als de pruimen nog klein zijn. De boom is vaak pas uitgegroeid na een periode van 20 à 25 jaar. Wie de tijd heeft en houdt van mooie grote bomen, kan rustig een Myrobolan als onderstam kiezen voor de Eldense Blauwe pruim.

Voor de teelt van hoogstammen worden in de regel zaailingen gebruikt door de boomkwekerijen. Zaailingen worden opgekweekt uit pit. Nadeel van deze keuze is dat een pit oneindig veel verschillende eigenschappen kan bergen. Iedere pit draagt andere boom- en vruchteigenschappen in zich mee. Er is daardoor geen enkele zaailing hetzelfde. Dit betekent dat het vooraf nooit exact te voorspellen is hoe groot de pruimenboom wordt op een zaaling onderstam. Gemiddeld worden de bomen erg groot, maar als gevolg van de natuurlijke variatie in pitten, kan er ook een kleine boom ontstaan. Daarom is het veel verstandiger om een selectie van een onderstam te kiezen zoals de Juliën A of de Myrobolan B. Dan zijn de groeieigenschappen vooraf bekend.

Van de oude onderstammen als Varkenspruim en Brompton zijn vaste selecties voorhanden. Voor de Varkenspruim werd meestal gebruik gemaakt van wortelopslag van oudere bomen. De Varkenspruim geeft namelijk heel veel wortelopslag. Dit is een van de redenen waarom de Varkenspruim verdwenen is uit het zakelijke assortiment. In vroeger tijden (tot aan 1900) werd de Varkenspruim als keukenpruim gebruikt. De pruim zelf is zeer droog en flauw. Maar de jam is goed. De Brompton geeft juist heel weinig opslag en wordt daarom veelvuldig gestekt. Brompton is ook te kweken uit pit, maar Brompton zaailingen zijn niet of nauwelijks in omloop.

 

 

 

 

 

De boomgaard laat zich van haar mooiste kant zien. We laten de bijen en de hommels even lekker vliegen en hun werk doen.

De foto is genomen op 31 maart 2017