Het moment van schrijven is 15 maart 2021. Het duurt nog maanden voordat de pruimen rijp aan de boom hangen. Maar de spanning is voor mij al volop voelbaar. Zodra de knoppen van de oude sering beginnen te schuiven en het eerste groen zichtbaar wordt – het is dan nog februari – dan weet ik: de pruimenbomen zijn aan het werk! Je ziet nog niets. Maar daar van binnen gebeurt wat. En dan duurt het niet lang of de somber donkere knoppen van de pruimen beginnen ook te kleuren. Het begin van een nieuwe lente.

Werk is er altijd. Boompjes die ik eerder geënt heb als experiment, zijn afgelopen zomer groot geworden en moeten verplant worden en verhuizen naar een boomgaard waar alle ruimte is. Van andere bomen die ik ‘ergens’ heb zien staan en die ik per se wil vermeerderen moet ik op tijd enthout knippen. Dit was werk voor de decembermaand. Goed markeren, registreren en opbergen in de koelkast. Zodat ik – ergens in maart of april – als ik ga enten, niet in de war raak met al die griffels. De Eldense Blauwe pitten van afgelopen zomer die ik al die tijd deels in de koelkast, deels in het schrale zand en deels in een emmer heb bewaard, moeten de grond in. Over de pitten in de het schrale zand kan ik kort zijn: de muizen hebben hun slag geslagen. Ze hebben de lege ‘halve’ pitten achtergelaten. De inhoud is verdwenen naar de muizenmagen. Gelukkig zijn er nog genoeg pitten over en die gaan rap de bakken met schrale grond in.

In november halen we jonge boompjes op bij een Brabantse kweker. Deze zijn deels bestemd voor een stuk grond in Bemmel. Daar hebben afgelopen winter Kittie en ik met hulp van Toon een nieuw boomgaardje aangeplant. Voor wat ik noem ‘de experimenten’ ent ik nog altijd zelf. Maar voor jonge ‘standaard’ aanplant maak ik net zo lief gebruik van een professionele kweker. De jonge boompjes worden door hen opgekweekt uit virusvrij materiaal en worden op de kwekerij in de Brabantse zandgrond optimaal verwend met verbeterde bodem, goede voeding en ruim voldoende vocht. Dit resulteert standaard in gezonde mooie boompjes met veel mooie wortels.

In Bemmel zijn behalve de in Brabant gekweekte Eldense Blauwe ook wat jonge zaailingen uitgeplant: boompjes die bij mij zijn opgegroeid uit de pit van een Eldense Blauwe. Jonge eenjarige twijgen hiervan moeten zo mogelijk dit jaar nog geënt worden op zwakgroeiende onderstammen. Alleen zo komen er snel vruchten aan de boom en kan duidelijk worden of de zaailing ook lekkere vruchten voortbrengt. Recentelijk heb ik de onderstammen voor dit jaar opgehaald bij een onderstammenkweker. De onderstam in kwestie is een relatieve nieuwkomer, mede ontwikkeld door de universiteit van München, de Dospina 235. In 2018 heb ik deze onderstam op kleine schaal gebruikt om Eldense Blauwe op te enten en dat beviel aardig goed.

Bijna Lente. De dagen worden langer. De zon wordt warmer. De sappen in de bomen stromen. Knoppen zwellen op. Over takken komt de groene waas van ontluikend blad te liggen. Nog heel even en de eerste Myrobolanen (kerspruimen) zullen met hun lichtroze tere bloempjes de omgeving verlichten zodra de zon schijnt. Het zijn deze magische momenten die de Nieuwe Lente aankondigen. Nog ‘even’ een aantal onderstammen enten en uitplanten. Dan zijn wij er klaar voor!

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *