Tussen de steden Arnhem en Nijmegen ligt op grondgebied van de gemeenten Lingewaard en Overbetuwe het landschapspark Park Lingezegen. De afgelopen jaren is het park ingericht. Het is een plek waar het Over-Betuwse land beleefd kan worden. Fietspaden, ruiterpaden en wandelpaden zijn aangelegd en voeren de bezoeker langs dorpjes en buurtschappen. Fruit speelt een belangrijke rol in het landschap. En waar fruit is, zijn slakken.

Met hun ruwe tong vreten de slakken de pruim laagje voor laagje weg!

Over het algemeen genomen weten mensen veel te weinig van slakken af. Het zijn magistrale dieren. Op het land, in het zoete water en in het zoute water: ze zitten overal. In je sla-plantjes, in de andijvie, in de kool. Ja zelfs in spruiten. Emmers zout, dozen slakkenkorrels, ingenieuze bakken met gebogen randen, schelpenstroken. Van alles wordt bedacht om de slak te bestrijden. Hopeloze missie vanzelf. De slak die het op onze gewassen heeft voorzien – de wegslak – is hermafrodiet. Je hoeft als wegslak nooit bang te zijn dat je een partner tegenkomt van de verkeerde sekse. Het matcht altijd. Er kunnen zo’n 400 eitjes gelegd worden en met een beetje geluk is het twee keer per jaar feest tussen de slakken.

Erop en erover!

Slakken zijn weekdieren en bestaan dus grotendeels uit water. Om die glibberige massa te kunnen verplaatsen beschikken ze over een imponerende sixpack. Oftewel een set buikspieren waarmee ze Epke Zonderland doen verbleken. Ze hebben ogen op stokjes die ze kunnen intrekken en kunnen uitschuiven met een snelheid waar menig man jaloers op wordt. En daarnaast hebben ze twee kleinere intrekbare en uitschuifbare stokjes waarop onder andere hun reukorgaan zit. Een ecologisch hovenier vertelde laatst dat slakken kunnen ruiken wat er 100 meter verderop ligt.

Slakken-vreet-orgie!

Slakken houden niet van zon. Met hun waterlijf zijn ze gevoelig voor uitdrogen. Park Lingezegen is voor de slakken letterlijk een zegen. Want in Park Lingezegen wordt waar mogelijk een duurzaam beheer gevoerd. Duurzaam beheer is natuurlijk een containerbegrip. Maar eenvoudig geformuleerd komt het er op neer dat de Park Lingezegen Organisatie graag ziet dat de lokale partijen waaronder de boeren geen gebruik maken van gewasbeschermingsmiddelen en geen gebruik maken van kunstmest.

Een waar kunstwerk, geproduceerd door slakken!

Om dit te illustreren zijn er in Park Lingezegen 5 voedselbossen aangelegd. Een daarvan is de Santackergaard, de fameuze locatie waar ooit de Ster van Elst werd ontwikkeld, beter bekend als de populaire appel Elstar. Jammer dat deze historische locatie niet meer als zodanig herkenbaar is. Maar gelukkig staan er nu hoogstam Eldense Blauwe pruimenbomen. Maatschap Eldense Blauwe beheert deze bomen.

Wat meer naar het oosten, richting Bemmel, beheert de Maatschap nog een perceel met pruimenbomen. Het beheer is zeer summier. Er mag eens per jaar gemaaid worden en alle gewasbeschermingsmiddelen alsook kunstmest zijn niet toegestaan. Het is een waar eldorado voor slakken! Het voormalige weiland kenmerkt zich door hoog opgaande gewassen van ‘wilde’ oorsprong. Distel, Harig Wilgenroosje, Brandnetel. Je komt er van alles tegen. Gelukkig geen Kleefkruid en geen Haagwinde. Maar wat niet is, kan nog komen….

De Varkenspruim kan intens donker zijn

Behalve Eldense Blauwe pruimen staan hier ook Varkenspruimen. Dit zeer oude ras werd heel vroeger gebruikt om te eten. Het toont maar eens te meer aan dat men vroeger niet al te veel keuze had. Zoals wijlen Joop Tilleman zei:  ‘Niet te vreten’. In de eerste helft van de 20e eeuw werd deze variëteit gebruikt als onderstam voor betere eetbare soorten zoals de Eldense Blauwe. Maar ook de veel geteelde Victoria en Monsieur Hatîf werden hier veelvuldig op geënt. Na de oorlog ging de Varkenspruim in de ban. In een tijd van vooruitgang en efficiëntie past geen onderstam die ontzettend veel opslag geeft. Meestal op plaatsen waar je geen ‘troep’ voor je voeten wilt. De Varkenspruim kan aardig woekeren. Reden voor de sector om zo’n vijftig jaar terug definitief afscheid te nemen van de Varkenspruim.

Op een afstandje lijken de Varkenspruimen wel op Eldense Blauwe pruimen. De Varkenspruim is a symmetrisch en is herkenbaar aan de vlekken.

Dat Maatschap Eldense Blauwe tegen de Varkenspruim is opgelopen is natuurlijk geen toeval. Een van de doelstellingen is om de meest aantrekkelijke Eldense Blauwe pruim te kweken. Iets waar je als kweker invloed op kunt hebben, door de Eldense Blauwe pruim op de juiste onderstam te kweken. De Maatschap heeft uiteraard geen patent op deze werkwijze. Op tal van landbouwuniversiteiten ter wereld wordt driftig gezocht naar die ideale universele onderstam die perfect is voor alle pruimenrassen. Zie hier de bescheidenheid van de Maatschap. Vanuit het oogpunt van cultuurhistorie maar ook vanuit nieuwsgierigheid is de maatschap Eldense Blauwe zich gaan toeleggen op het verzamelen van Varkenspruimen.

Varkenspruimen met vlekken…

In Park Lingezegen staat een aantal Varkenspruimen, bewust geënt op zwakgroeiende onderstammen, om te bezien hoe die vruchten eruit zien en smaken. En om te ontdekken of er nog iets lekkers van te maken is. De Maatschap heeft in zijn zoektocht naar ‘pareltjes’ van 100 jaar terug nog wat onderstammen gevonden die de moeite van het ontleden waard zijn. Zo is daar de Oranje Kroos – een naam die we zelf maar bedacht hebben bij gebrek aan een naam.

De Oranje Kroos is zeer makkelijk te plukken. Aanraken is vallen. Kwestie van je hand eronder houden en de emmer zit zo vol!

 

We hebben er wat jam van gemaakt. Ontpitten is niet te doen. Het vlees zit uitermate vast op de steen.

De kleur is prachtig, de smaak is weinigzeggend!

 

Ook het sap zag er prachtig uit. Maar zonder suiker? Wat een zuur vocht!

Een andere vondst qua onderstam levert een klein pruimpje op. Deze kwam als onderstam onder een heel oude Eldense Blauwe boom vandaan. Qua steen doet deze denken aan de Catalaanse Spilling maar bij nader inzien is het waarschijnlijk een Ackermann. Deze onderstam werd korte tijd, in het begin van de jaren 30 uit de vorige eeuw in het oostelijke deel van Duitsland geselecteerd en vermeerderd. Als pruimenonderstam is de Ackermann nooit doorgebroken.

Waarschijnlijk de Ackermann. Vol in de zon krijgt dit pruimpje een roodpaarse wang. In de schaduw blijft hij geel…

Er worden nog steeds tal van nieuwe pruimenonderstammen geïntroduceerd. Want de ideale onderstam is als een kunstwerk. Zoals de schilder zal zeggen dat zijn/haar mooiste schilderij nog gemaakt moet worden, zo zal de onderzoeker zeggen dat de ideale onderstam nog gekweekt moet worden. Laten we wel zijn: maatschappelijke eisen en technische mogelijkheden veranderen voortdurend. Met andere woorden: het beeld van die ideale onderstam zal door de jaren heen steeds weer worden bijgesteld.

Varkenspruimen in een koperen pan, op weg naar een jampotje. Ontpitten is ook bij deze pruim schier onmogelijk! De harde bollen koken nauwelijks kapot!

De slakken zal dit allemaal een zorg zijn. Het duurzame beheer in combinatie met de aanplant van pruimenbomen levert hen een Zevende Hemel op. Zelfs de Varkenspruimen die zo uit de hand echt niet te vreten zijn, vallen ten prooi aan de grootste sluipmoordenaar van de Lage Landen!

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *