Gert is mede oprichter van de dorpsvereniging Elden. Heel vaag herinner ik me dat ik in de winkel van ‘De Bies’ stond. Met de toonbank nog achterin de zaak, en de oude Hent van Biezen in de winkel. Elden beschikte toen nog over diverse winkeltjes. Het halve dorp ontmoette elkaar hier. Op dit moment stond ik bij Van Biezen: aardappels, groente en fruit. Terwijl ik stond te wachten op mijn beurt, sprak Gert Scheperboer mij aan. ‘Weet jij waar de naam de Eldense Blauwe vandaan komt? Weet jij hoe het zit met die pruim?’ Ik moest het antwoord schuldig blijven. Gert, geboren en getogen op de Eldense boerderij De Steenen Kamer, zal toen waarschijnlijk bezig geweest zijn met onderzoek naar de Eldense Blauwe pruim, vanwege de relatie met de dorpsvereniging. Later zat ik met Gert in de dorpsraad. Weer later richtte ik met Gert de Stichting Evenementen Elden op. Toen in 2006 de bomen bij Hendrik ten Elsen vandaan kwamen, om uitgepoot te worden in Elden, kwam er uiteraard ook een boom bij Gert in de tuin te staan. Gerts vader, in de tijd op de Steenen Kamer eigenaar van enkele bunders fruit, was tevreden over de smaak. Die was goed. Alleen liet de grootte van de pruimen nog wel te wensen over. Ieder jaar opnieuw volgt Gert nauwgelet de ontwikkelingen van zijn boom, zijn Eldense Blauwe.

2 Comments

  • Ik ken ook nog een leuk verhaaltje over pruimen. Ik heb als Eldenaar heel lang als ambtenaar bij de provincie Zuid-Holland gewerkt o.a. als toezichthouder op de waterschappen en als behandelaar van bezwaren en beroepen. Ik praatte daarbij gewoon Eldens met een deftig Ernems accent.
    Ik had in die tijd allerlei boekjes over dialecten uit de Betuwe etc. die ik ook op kantoor, bij wijze van onderbreking van de duffe ambtenarentaal, wel eens raadpleegde. Een grappige collega, zware Hagenees, had ook belangstelling voor taal. Aan hem leende ik een keer ‘Groebele ien de ben’ van Thijs van Woerkom uit. Met het advies het goed door te nemen, zodat we op gelijk niveau konden blijven converseren.
    De volgende dag liep ik over de gang langs zijn kamer, waar de deur altijd open stond (en toch geen manager!). Ineens riep hij me keihard achterna: “Héé, ouwe Pruum!!
    Hij vond het een leuk boekje.

    • Ha Bart,
      Ik zie het voor me hoe jij als jongen van de Huissense Diek met jouw onberispelijke klei-accent stand hield en misschien wel de lakens uitdeelde te midden van de Zuid-Hollandse vlotteriken. Dank voor deze mooie anekdote!
      Groeten, Henk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *