Afgelopen weekend ging een lang gekoesterde wens in vervulling: een bezoek aan de Kasteeltuinen Arcen. Het rozenweekend vond daar plaats. Het bezoek stond al jaren op ons lijstje. En nu was het dan zover. Rozen kijken, rozen ruiken. Maar ook: vragen stellen over onderstammen, ziektes en nieuwe rassen. In gedachten zie ik mezelf al in een eigen rozengaard, experimenterend en wel.

De zachtroze Konigin von Danemarck ruikt heerlijk, en groeit bij ons thuis al jaren tegen de meidoornhaag aan

Wie een kijkje neemt in vroeger tijden – zo rond 1900 – ziet dat kwekers van fruitbomen vaak ook rozen kweken. Waarom? Het lijkt redelijk logisch om aan te nemen dat dit is vanwege het feit dat zowel fruitbomen als rozen geënt worden. Heb je die vaardigheid onder de knie, dan kun je op twee fronten geld verdienen met de handel. Heden ten dage zijn beide sectoren gescheiden waardoor er verschillen zijn ontstaan; beiden sectoren zijn ieder hun weg gegaan.

De vrij populaire Minerva op stam aangeschaft in Arcen, opgaand in een border

Elden heeft in haar bestaan waarschijnlijk maar een boomkwekerij gehad, die van de firma Booy en Crans, eind 19e eeuw. Bijna 100 jaar later, in de jaren 70 van de 20e eeuw, was er op steenworpafstand van de locatie van Booij en Crans in Elden een vestiging van Presikhaaf bedrijven. Later werd dit een onderdeel van Intratuin. Hier stekte men vooral vaste planten. Ook dit is een vorm van kweken. Je zou dit een kwekerij kunnen noemen. Maar stekken is toch wezenlijk anders van aard dan het edele entwerk.

Een rode roos te midden van Reine Claude pruimen boompjes, zo’n 40 jaar geleden door mijn vader meegebracht. Helaas niet geurend.

Tot nu toe is er maar een boekwerkje teruggevonden van Booy en Crans. Dit bevindt zich in de bibliotheek van Wageningen Universiteit bij de Special Collections. In juni 2013 trof ik het boekje aan. Het bleek een prijs-courant uit 1888. Hoe klein ook, het boekje geeft veel info prijs. Zo blijken ook Booy en Crans kwekers van rozen. Deze rozen zijn helaas niet terug te vinden in de prijs-courant. Dus specialisten waren Abraham Booij en Govert Crans vermoedelijk niet. Ze zullen het kweken van rozen “erbij” hebben gedaan.

 

Ook Booy en Crans combineerden de kweek van vruchtbomen met de kweek van rozen

Aan het einde van de 21e eeuw, zo rond de milleniumwissel (2000), gingen Kit en ik naar Kasteel Rosendael. Daar was een rozenevenement waarbij speciale aandacht was voor historische rozen met heerlijke geuren. Hier vielen wij voor. Inmiddels is onze aangeschafte collectie van toen flink uitgedund door verplantingen. Onze groene ruimte wordt namelijk herhaaldelijk opnieuw ingericht. Zo overleed ook mijn lieveling, de roomwitte klimroos Madame Alfred Carriere. Helaas was deze niet te koop in Arcen. Wel kochten we als schrale troost bijvoorbeeld de zachtgele en heerlijk geurende Ausmas en de zalmroze klassiek vormgegeven en heerlijk riekende Cheshire Requiant. Gelukkig had de rozen-mevrouw een tip: ga eens naar Lottum! Dit zat er qua tijd niet in. Dus de volgende dag belde ik vanuit huis met Lottum.

De nieuw aangeschafte Westzeit op stam krijgt een plekje langs een paadje zodat we optimaal kunnen genieten van de geur

Lottum blijkt het rozencentrum van Nederland te zijn, aldus de vrijwilliger van stichting De Rozenhof in Lottum die ik aan de telefoon kreeg. De stichting verstrekt slechts informatie maar we werden van harte uitgenodigd om binnenkort in hun tuinen inspiratie op te komen doen. Met als tip om daarna te gaan shoppen bij de diverse rozenkwekers in Lottum. Een nieuw uitje staat alweer gepland! Net als dat uitje naar de Zeeuwse Rozentuin, dat nog altijd moet plaatsvinden …. Is het toeval dat de grote rozenkwekers gevestigd blijken te zijn in de streken waar de fruitteelt in Nederland is begonnen en groot is geworden? Nee, natuurlijk niet! Getuige ook de veelvuldig voorkomende combinatie in de wereld van kwekers, van fruitbomen en rozen.

De roze roos die Kittie meebracht van een reis in Engeland

In de pruimenteelt is men zeer gefocust op het gebruik van de juiste onderstam. Meestal omdat fruitkwekers gezonde bomen willen hebben die niet te groot worden en rijkelijk dragen. Maar onderstammen doen veel meer: ze beïnvloeden ook de grootte van de vrucht, de smaak en het aroma.

Lang geleden was ik met wijlen Hein Reusken op bezoek in Winschoten bij onderstammenkwekerij Kloosterhuis.  We zagen daar uitgestrekte velden – zo ver het oog reikte – met  rozenonderstammen. De kweker daar vertelde dat de rozensector vooral gezonde planten wilde, met weinig uitval. Daartoe gebruikte men een bepaald soort onderstam. Maar deze onderstam leverde niet de mooiste rozen op, verklapte de man. Bizar, vond ik. Je wilt toch de mooiste roos? Dat je dan wat meer uitval hebt, betekent dat je in totaal minder winst maakt met je handel. Maar dit is te compenseren met een betere prijs, toch?

Deze zalig ruikende Buff Beauty aangeschaft op kasteel Rosendael groeit nu een dikke 10 jaar en zoekt zijn weg in de Schone van Boskoop hoogstam appelboom

De vrijwilliger aan de telefoon – zelf een oud kweker – gaf aan dat de onderstam niet van grote invloed was op de roos zelf. Wel op de gezondheid van de plant. Voor de sector is dit prio nummer 1. De sector ging zelfs zo ver dat enige tijd terug de geur uit rozen was gekweekt. Ik viel bijna van mijn stoel. De reden? Geurende rozen zijn eerder ziek, ze zijn van nature minder sterk. Dus werd de reuk eruit gekweekt., vertelde de vrijwilliger en voormalig kweker. Een roos zonder geur is in mijn beleving geen roos. Dit voelt voor mij als een vogel zonder vleugels. Inmiddels, zo wist de vrijwilliger mij te vertellen, wordt de geur er soms wel weer in gekweekt, in nieuwe rassen die wél sterk zijn.

Ook nieuw uit Arcen: de zeer elegante en zoetgeparfumeerde Cheshire Requient

Dat er aan dit verhaal een luchtje zit, werd me daarna duidelijk. Want hoewel de sector vooral selecteert op rassen die sterk zijn, gaat de huidige generatie rozen maar een jaar of 15 mee, vertelt de vrijwilliger. Terwijl de oude rozen wel vijftig jaar oud kunnen worden. “Wacht,” denk ik, “dit klopt niet. Wat gebeurt hier?”

Ik kijk door het raam naar buiten. Daar zie ik de witte rozen op ons pad staan, geplant door mijn opa. Deze rozen staan er in ieder geval sinds 1920. Ze zijn dus een eeuw oud. Wat mogelijk helpt, is dat deze roos op eigen wortel staat. Er komt steeds weer nieuwe opslag. Feitelijk verjongt de roos zichzelf steeds op deze manier. Maar goed, hij staat er wel 100 jaar.

De 100 jaar oude roos langs het pad gebruikt de paarse Sering om de lucht in te gaan

Mijn verbazing is nog niet ten einde. De behulpzame en vriendelijke vrijwilliger vertelt me dat de rozensector zelf zijn kwaliteit bewaakt. Waar de fruitsector gecontroleerd wordt door de NAK op bijvoorbeeld het virusvrij zijn van uitgangsmateriaal, daar lijkt de rozensector zichzelf te controleren. Daartoe heeft men een systeem bedacht om tot gezonde planten te komen. De Rozenhof plant met name deze aantoonbare gezonde rozenstruiken aan. Deze rozen worden zonder gebruik van chemicaliën gekweekt en worden 4 maal per jaar gecontroleerd op ziektebestendigheid, gedurende 3 jaar. Komt de roos deze ‘keuringstijd’ met in totaal 12 testen – zonder gebruik van chemicaliën – goed door, dan krijgt de roos een predicaat mee als Excellence Rose (in Europa) of ADR (in Duitsland). Kennelijk functioneert dit systeem. In Duitsland werkt men al sinds de jaren 50 van de 20e eeuw op deze manier.

 

Deze helderwitte Ilse Krohn groeit tegen de ‘stam zonder kroon’ aan van wat ooit een oude Eldense Blauwe boom was

Als ik de vrijwilliger goed begrijp, worden alle rozen nu op de Rosa Canina – de Hondsroos – geënt. Ik begrijp dat er ook geënt is op de wilde Hondsroos? Helemaal duidelijk wordt het me niet. Het gaat me te snel. In ons boomgaardje bij huis groeit de wilde Hondsroos op de scheiding met buurmans land. Kan ik hier gewoon op enten? Internet moet uitkomst brengen.

De site van het bedrijf met de bijzondere naam ‘Koetje’ brengt me binnen de minuut verder. Met 15 ha aan rozenonderstammen en 3 ha aan gekweekte rozen mag dit een gespecialiseerd bedrijf genoemd worden. De eerste zinnen onder de tab ‘onderstammen’ luiden: “De grootste productie is Rosa Laxa. Deze onderstam wordt het meest verbouwd en verkocht omdat hier de meeste soorten rozen op geënt kunnen worden. De plant is behoorlijk sterk én heeft minder doorns. Deze onderstammen geven weinig wild opslag en is dus minder arbeidsintensief. Daardoor zijn ze kostend besparend.” Vervolgens volgt een lijst met nog 8 (!!) varianten van de Rosa Canina, en nog 3 andere soorten onderstammen.

Heel even dacht ik dat de wereld van rozenkwekers eenvoudig in elkaar stak, met slechts de wilde Hondsroos als onderstam. Inmiddels weet ik beter. Er moet weer een reisje ingepland worden, richting bedrijf Koetje. In een dorp van nog geen 1500 inwoners, genaamd Heiligerlee, gelegen in de gemeente Oldambt, provincie Groningen. Dat is wel even meer dan een uur rijden vanuit de Over-Betuwe. Dit dorp ligt tegen de Waddenzee aan. Waar ik ooit – in Uithuizen – mijn snuffelstage liep, op een akkerbouwbedrijf met tientallen hectares pootaardappelen, en tientallen hectaren bieten en nog eens tientallen hectaren tarwe.

Rozen zijn prachtig voor in de tuin. Maar zelf rozen kweken? Daar wacht ik toch echt even mee.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *